Archive for the ‘Writing’ Category

Verhaaltjes van de basisschool (3)

Tuesday, March 2nd, 2010

Het is weer even geleden dat ik iets uit mijn basisschool schriftjes heb geplaatst. Maar nu heb ik sinds kort een printer/scanner (omdat vaders een dikke laserprinter heeft aangeschaft kon ik zijn vorige printer overnemen). Nu kan ik dus gewoon scannen en het handschrift en de tekeningen laten zien.

In groep 2 had ik een schriftje waarin ik woordjes kon overschrijven. Dit zijn misschien wel de eerste woorden die ik ooit op papier heb gezet:
Misschien wel mijn eerste geschreven woorden

En ik vond ook nog een verhaaltje dat ik schijnbaar net na de schoolvakantie in groep 5 heb geschreven (hadden we toen ook al “Schnappi das kleine krokodil”?):
Verhaaltje groep 5

Verhaaltjes van de basisschool (2)

Sunday, April 13th, 2008

Het schriftje met verhaaltjes ligt hier nog steeds vlakbij de computer. Tijd om hier maar weer eens een verhaaltje te plaatsen. Hier staat het vorige verhaaltje.

De pannetjes ridder

Toen ik naar school liep kwam ik een jongen tegen hij zij: doe je mee pannetjes ridder spelen!!!
Ik riep terug: nee!!!
Toen ik weg liep dacht ik bij mezelf: een pannetjes ridder hmm wat zou die jongen toch van plan zijn.
Na school thuis dacht ik weer aan een pannetjes ridder.
Ik dacht eens diep na en ineens sprong ik op een zei: ik heb het de juffrouw zei toch dat op de zeebodem een kist met een levendmaak middel lag.
En meteen gooide ik mijn spaarpot leeg.
Net genoeg om een schip te huren riep ik!!!
En nog die dag vertrokken we naar de wadde zee psst even voor de punt met bemanning.
Een paar dagen later zaten we midden op de zee.
Ik riep ankers uit.
En meteen holde alle matrozen naar het anker om uit te gooien.
Ik en een paar duikers pakte onze duikerspakken.
Even later riep een matroos: op je plaatsen klaar ja!!!
En we doken als vissen in het water.
Even was het stil op het schip maar toen we boven water kwamen riep iedereen: hiep hoi de duikers hebben de kist gevonden!!!
En onderweg naar huis was het groot feest.
Want nu kwam de pannetjes ridder en dat moesten we vieren.
En toen kwam ik thuis.
Ik was benieuw wat mama zou zeggen.
Die zij: ga hem maar gauw maken want jij hebt flink geboft.
En zo kwam het toch nog goed.
En toen de pannetjes ridder klaar was vierden we groot feest want nu was er een echte pannetjes ridder.
einde.

RIP: jij!!!

Thursday, March 6th, 2008

Willem The War Machine

Een kist op je slaap,
een loop in je oog
In je nek een flinke jaap
en je valt van zes hoog

Hij besluipt je ongehoord,
wurgt je met zijn pink
Voordat hij je doorboort,
met een roestende deurklink

Een tank in je gezicht,
F16 in je kont
Je moeder in een gesticht,
je vader in de grond

Alleen hier krijg je ‘m te zien
Het is Willem “The War Machine”!!!

Verhaaltjes van de basisschool

Monday, October 22nd, 2007

Toen ik op de basisschool zat vond ik het altijd erg leuk om verhaaltjes te schrijven. Om die terug te lezen is erg leuk. Vooral ook de spel- en interpunctiefouten ;-) Als men dat leuk vindt, dan zal ik hier af en toe een verhaaltje plaatsen (inclusief de fouten). Misschien ook nog wel een keer wat scannen, want ik fleurde de boel vaak op met wat tekeningetjes. Hier een verhaaltje van toen ik in groep 5 zat. Alleen de indeling in alinea’s is ten behoeve van de leesbaarheid toegevoegd (in het origineel is het gewoon 1 lap tekst).

Knor gaat op stap.

Knor wilde zo graag iets meer van de wereld zien. Alle dagen zat hij daar maar in dat donkere hok. En hij kreeg de kans!

Op een dag vergat de boer het deurtje te sluiten. Knor ging als de bliksem het hok uit. Ondertussen ging de boer net eten voor knor brengen. Maar toen hij bij het hok kwam schrok hij zo dat hij meteen weg ging om knor te zoeken. Maar hij vergat weer het deurtje dicht te doen. En meteen kwam er een vila varkens aan hollen.

Ze liepen allemaal de boer omver. Nu zijn al mijn varkens weg gromde de boer. Hij ging naar de traktor en hij ging met de traktor op zoek naar de varkens.

Toen hij even op weg vas zag hij zijn varkens weer hij probeerde achter de varkens te komen maar de weg zat er tussen. De boer ging voor de weg staan maar het was er zo druk. Hij moest heel lang wachten maar eindelijk kon hij toch oversteken maar de varkens waren al lang weg. Nu moest hij weer opnieuw zoeken.

Even later zag de boer de varkens weer maar deze keer zat hij in de fiele hij moest heel lang wachten en toen hij er uit kwam waren de varkens al weer heel ver.

Na een uurtje of 5 was hij al weer dicht bij de varkens hij probeerde achter de varkens te komen en dat lukte nu knor nog dacht de boer laate zijn varkens even bij een oude vriend van hem en ging op zoek naar knor.

Even later zag hij knor. De boer drukte zo hard hij kon op het gaspedaal maar hij haalde hem niet in. Verdomme vloekte de boer terwijl hij zijn sigaar uit spuugde. Hij maar nou schiet me iets te binnen. Als ik mijn trui nou eens uit rafel, en er dan een vangnet van maak! Dan kan ik knor daar mee vangen.

Eerste keer mis, tweede keer mis, derde keer mis, vierde keer mis, nou dan mijn kousen ook maar. En even later had de boer het klaar, maar knor was ondertussen al heel ver weg. Nu moest de boer weer een eind rijden. Maar eindelijk had hij hem toch gevangen. En netjes in zijn hok gezet met de andere varkens natuurlijk. En nooit vergat de boer het deurtje nog open te laten staan.

einde.

Krijg je als je ziek bent

Tuesday, August 7th, 2007

Kruipend als een adderMr Hankey
Sluw als een vos
Hij ruimt sladder
En maakt harde stukjes los

De Sladdervos

Niet lopen fukken met de paashaas!

Tuesday, June 5th, 2007

“Waar rook is, is vuur.” Dat moet de groene kabouter gedacht hebben toen een elfje sleurend met een zak paaseieren voorbijkwam. “Zeg truttekop, met je vleugeltjes! Hoe kom jij aan die paaseieren?” Het elfje draait zich enigszins verdwaasd naar de kabouter toe en neemt een moment om haar concentratie aan te scherpen. “Ik werk als koerier bij de paashaas, bemoeizuchtige zakhannes.”

De argwanende kabouter grijpt naar zijn Nokia om de paashaas zelf maar eens te bellen. Geen bereik. “Pokke T-Mobile!” Gelukkig is Harrie, de schele uil, in de buurt. Met laptop en draadloze verbinding in de aanslag. “Not to worry. Ik zal de paashaas ff op MSN aanspreken.”, zegt hij.

De paashaas is witheet van woede en roept direct zijn makkers om die vieze elfenslet eens flink een lesje te leren. Binnen vijf minuten staat een knokploeg waar je “u” tegen zegt klaar om te vertrekken; een kanarie in een opgevoerde electrische rolstoel, Pieter de hardhorende bruine beer, vier champignonkwekers uit de buurt en de kerstman. Met zijn allen zetten ze de achtervolging in, in een pas nog APK gekeurde Suzuki Alto.

Het duurt niet lang voordat de bende het elfje op het spoor is. Pieter duikt direct met zijn behaarde bast bovenop de dievegge. De champignonkwekers grijpen ieder een ledemaat en de kerstman houdt de vleugels in bedwang. De kanarie blijkt achteraf gezien een overbodige toevoeging van de knokploeg. Best wel zuur, aangezien het nog een teringklus was om de electrische rolstoel op het imperiaal te binden.

Een vernietigende redevoering door de paashaas volgt. Ongeneeslijke ziektes en verwijzingen naar lichaamsdelen, in specifieke bewoordingen die pastoor Geurts niet op prijs zou stellen, komen van de zijde van de paashaas. De zak paaseieren wordt op het dak van de auto gebonden, ten koste van de rolstoel. Het elfje wordt verdronken in de beerput van een van de champignonkwekers. Op de terugweg mompelt de nauwelijks van woede bekomen kerstman: “Moet je maar niet lopen fukken met mijn homie, gore pisvlieghoer!”.

Kerstverhaal

Saturday, December 23rd, 2006

Onlangs deed ik mee aan een kerstverhalenwedstrijd. Het was wel leuk om eens een verhaaltje te schrijven. Misschien dat ik dat maar eens vaker ga doen. Helaas heb ik niets gewonnen. Maar hier nog eens het verhaal:

Achter het glas

De sneeuw voelde warm aan, zoals altijd. Honderden lichtjes wekten me ruw uit een onstuimige nachtrust. Grote glanzende bollen, versierd met glinsterende motiefjes schitterden vanuit de groene takken boven me, zoals altijd.

Spoedig zouden de straatlantaarns uitgaan. De eerste mensen liepen al langs het raam en wierpen een nieuwsgierige blik naar binnen. Een verwonderd jongensgezichtje keek met grote ogen naar het kindeke Jezus. In zijn ogen zag ik dezelfde verwondering waarmee ik elke dag naar de nieuwe gezichten voor het raam keek. Wie waren ze? Waar gingen ze naartoe?

Een oude vrouw stapte de winkel binnen en vroeg de winkelier om een kerststukje. Ze vertelde dat ze haar kleinkinderen ging bezoeken. “Tim, Carola en Janine”. Ze zag ze niet zo vaak, want hun ouders hadden het erg druk. Tim was net negen geworden en oma was apetrots op haar pientere kleinzoon. “Vijf vijfennegentig”, mompelde de winkelier. De vrouw keek beduusd en rekende af. Ze liep zacht verzuchtend weg.

Het waaide buiten. Een goed geklede jonge dertiger liep druk te bellen met een aktetas onder zijn arm. Ondanks zijn verwoede poging om de wind te trotseren sloeg het noodlot toe; een stapel printjes waaide over de stoep uit. Hij begon gehaast de papieren bij elkaar te sprokkelen. Een meisje met een boekentas hielp de man, waarna de man vriendelijk bedankte en zijn weg vluchtig vervolgde.

Het meisje, een beetje uit haar doen, wierp een korte blik in mijn richting. Ze poetste kort over haar knieën en rustte even in de deuropening van de winkel. Ik zag dat haar gedachten afdwaalden, terwijl ze naar de dwarrelende bladeren op straat staarde. Ik vroeg me af wat ze dacht. Dacht ze aan een andere plaats? Een plaats waar ze naartoe ging? Een plaats waar ze al eerder was?

Een vrachtwagen reed voorbij. De tekst op de zijkant luidde: “Stroop doet leven”. Ik moest lachen. Een foto van een jongetje met een lichtbruine vlek om zijn mond sierde de zijkant van de vrachtwagen verder op.

Er was buiten zo veel te zien en te beleven, zo leek het. Met iedere dag iets nieuws onder de zon. Wat zou het toch heerlijk zijn om in de wereld achter het glas te leven.

Ik keek naar mijn houten armpjes en voelde aan het dons van mijn vleugeltjes. In het koude en natte weer achter het glas zou ik het niet lang uithouden. De wereld daar heeft vast al genoeg engeltjes.